Wie mij een beetje kent weet dat ik geloof dat een opgeruimd huis enorm bijdraagt aan een opgeruimd hoofd. En een opgeruimd hoofd helpt je bij het loslaten van dat wat je niet meer dient: je geeft je hoofd het goede voorbeeld door spullen los te laten. Dus als ik het even niet meer weet, keer ik een keukenlade ondersteboven, trek ik al mijn kleren uit de kast of duik ik achter het luik op zolder om te zien of daar nog dingen staan waarvan ik vergeten was dat ik ze had – ik geloof namelijk dat in 90% van de gevallen je die spullen ook niet hoeft te bewaren. Ik kan daar ook in doorslaan overigens; als ik niet wil voelen, dan ga ik bijna obsessief poetsen en opruimen. En dat werkt averechts. Maar meestal gaat het op een gezonde manier.

Mijn vriend Dennis en ik dan ook al jaren bezig met decluttering. Minder kopen, bewuster kopen en weg doen waar je niet blij van wordt (wat geen joy sparkt, zoals Marie Kondo zou zeggen). Onterecht denken veel mensen dat minimalisme betekent dat er niets in je huis staat. Voor mij betekent het dat je duurzaam consumeert. Dat je niet impulsief spullen koopt, maar juist bewust nadenkt over dat wat je nodig hebt en wat je gelukkig maakt. Dat je kwalitatief koopt in plaats van wegwerpproductie. Dat je je niet te veel laat leiden door mode en trends, maar door je eigen smaak. Dat doe ik zoveel mogelijk.

Wat ik sinds twee jaar wel lastig vind, is dat het kan zijn dat ik nú niet zoveel waarde hecht aan bepaalde dingen, maar dat dat zomaar kan veranderen. Zo vond ik laatst een briefje van mijn vader van toen ik nog klein was. Ik was verbaasd dat ik die niet had weggegooid, maar was er nu dankbaar voor. Dat geldt ook voor mailtjes, appjes en sms’jes. Als ik hem heel erg mis, ga ik weer even door onze digitale gesprekken en dat biedt troost.

Een ander voorbeeld: ik bladerde vorige week door mijn agenda van 2020 en al bij januari verscheen er een lach op mijn gezicht. Ik zag een notitie dat mijn vader langs zou komen op een zaterdagochtend en ik herinner me die bewuste ochtend nog goed. Ik woonde nog maar net in mijn huis en mijn vader genoot ervan dat ik dichterbij woonde. Terwijl Dennis nog in bed lag na een lange nacht, perste ik sinaasappels en sneed ik een stukje versgebakken cake af voor papa. Klein genot. Twee weken later gingen we samen naar een theaterstuk, zag ik in diezelfde agenda. De tickets waren mijn cadeau voor zijn verjaardag. Fijne herinneringen.

Dan bekruipt me een ongemakkelijk gevoel: heb ik niet te veel weggegooid? Briefjes, kaarten of gewoon spullen die nu geen emotionele waarde hebben of onbenullig voelen, kunnen ineens belangrijk voor me worden als ik de afzender verlies… Zo ging ik direct op zoek naar een stropdas (daarover later meer) die ik van mijn vader kreeg toen ik hoorde dat hij ongeneeslijk ziek was, in de angst dat ik ‘m weg gedaan had. Spoiler alert: ik had ‘m wonder boven wonder nog.

Tegelijkertijd weet ik: de herinneringen zitten in je hoofd en daar heb je niet per se een fysiek aandenken voor nodig. Dus hoe blij ik ook ben met zijn spijkerjasje dat aan mijn kapstok hangt, met zijn handschrift op dat bewuste briefje van 25 jaar geleden of een interessant boek dat ik van hem heb gekregen, ik krijg een even grote glimlach op mijn gezicht als ik terugdenk aan onze mooie momenten in januari vorig jaar. Ik bewaar die in mijn hart en jullie weten het, die raak je niet kwijt.

2 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.